Geschiedenis van het stadsarchief

De geschiedenis van het Ieperse stadsarchief gaat terug tot bijna 200 jaar geleden.

In 1819 werd historicus Jean Jacques Lambin benoemd als eerste stadsarchivaris. Hij en zijn opvolgers Félix Missiaen (1842-1847), Isidore Diegerick (1847-1885), Jules Cordonnier (1888-1892), Arthur Merghelynck (1892-1896) en Emile De Sagher (1896-1917) bouwen doorheen de negentiende eeuw het stadsarchief verder uit.

De Sagher had een moeilijke relatie met het stadsbestuur en werd in september 1914 tijdelijk geschorst. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden er door de archivaris geen pogingen ondernomen om het archief in veiligheid te brengen.

Op 22 november 1914 gaat het archief van de stad, bewaard in de belforttoren in vlammen op. Het oude Ieperse archief wordt in de daarop volgende maanden volledig vernield.

Van het oude archief bezit het huidige stadsarchief slechts vijf 18de-eeuwse rekeningen, waarschijnlijk stukken die zich in 1914 niet in de belforttoren bevonden.

Tussen 1914 en 1989 was er geen stadsarchief in Ieper. Dankzij de historische interesse van bibliothecarissen Julien Antony (1914-1946) en Octaaf Mus (1946-1990) werden er archivalia verzameld en bewaard in de stedelijke bibliotheek.

In 1989 werd er vanuit de stad een aparte afdeling 'familiaal en sociaal archief' opgericht in de bibliotheek.  Deze afdeling werd in 1992 omgevormd tot een volwaardig stadsarchief in de Lange Meersstraat.

Het archief verhuisde in 2009 samen met de bibliotheek en de academies naar een nieuwe locatie in de Weverijstraat. In de huidige locatie worden archiefbescheiden naar hedendaagse normen bewaard in magazijnen met aangepaste klimatisatie. Bezoekers kunnen terecht in de ruime leeszaal.