Geschiedenis

 

 

Het Ieperse stadsarchief gaat terug tot 1819. Op 17 december 1819 benoemt de gemeenteraad de plaatselijke  historicus Jean-Jacques Lambin als stadsarchivaris. Hij en zijn opvolgers Félix Missiaen (1842-1843), Isidore Diegerick (1847-1885), Jules Cordonnier (1888-1892), Arthur Merghelynck (1892-1896) en Emile De Sagher (1896-1917) bouwen doorheen de negentiende eeuw het stadsarchief verder uit.

 

Aan de hand van bronnenuitgaven, studies en inventarissen willen ze de rijke archiefcollectie van de stad bij een breder publiek bekend maken. Isidore Diegerick publiceert een zevendelige inventaris (1853-1868). Jules Cordonnier en Arthur Merghelynck verzamelen tal van genealogische gegevens, nu bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, die voor de genealoog vandaag de dag nog steeds van onschatbare waarde zijn. Emile De Sagher laat het eerste archiefreglement goedkeuren in 1896. En zet de inventarisatie- en bekendmakingspolitiek van het stadsarchief verder.

De relatie tussen het stadsbestuur en De Sagher verloopt evenwel moeilijk. Op 26 september 1914 wordt hij voor twee maanden geschorst. Noch het stadsbestuur, noch de archivaris ondernemen iets om het archief bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in veiligheid te brengen. Op 22 november 1914 gaat het archief van de stad, bewaard in de belforttoren in vlammen op. Het oude Ieperse archief wordt in de daarop volgende maanden volledig vernield. Van het oude archief bezit het huidige stadsarchief slechts vijf 18de-eeuwse rekeningen en een oorkonde, waarschijnlijk stukken die zich in 1914 niet in de belforttoren bevonden.

Tijdens de oorlog vindt De Sagher een onderkomen in Cayeux-sur-Mer. In opdracht van de stad stelt hij een rapport op over de geldelijke waarde van het verloren archief. Het is op basis van dit rapport dat de stad Ieper op 20 maart 1930 door de Ieperse rechtbank van oorlogsschade een schadevergoeding van maar liefst 448.356 frank krijgt toegewezen. De stad gebruikt het geld echter niet voor de uitbouw van een nieuw archief. Tot 1989 tonen enkel de bibliothecarissen Julien Anthony (1914-1945) en Octaaf Mus (1946-1990) interesse voor historische documenten. Verscheidene archivalia vinden dan ook in de bibliotheek een onderkomen.

Binnen de bibliotheek wordt een aparte afdeling 'familiaal en sociaal archief' opgericht die in 1992 tot een zelfstandig stadsarchief wordt omgevormd. De kern van dit archief, liggende in de Lange Meersstraat, bestaat uit de vanuit de bibliotheek overgebrachte documenten, de archieven van de stad Ieper vanaf 1919, de archieven van de deelgemeenten en het archief van de kasselrij Ieper dat door het Algemeen Rijksarchief voor 30 jaar in bewaring is gegeven.

Al gauw raakt het gebouw in de Lange Meersstraat te klein. Het gebouw is verouderd en is het geen ideaal onderkomen voor bewaring van documenten. In juni 2009 verhuist het Ieperse stadsarchief samen met de bibliotheek naar de Weverijstraat. Op alle vlakken is dit een verbetering: zes ruime magazijnen voorzien van een goed klimaat- en vochtigheidsregelingssysteem, een ruime leeszaal, aansluitingen voor laptops, publieke pc's, enz.

Het stadsarchief van Ieper is een organisatieonderdeel van de stad Ieper. Voor beleidskeuzes en beleidsdossiers zijn de gemeenteraad en het schepencollege verantwoordelijk. Hiervoor laat de gemeenteraad zich bijstaan door een adviesorgaan, de archiefcommissie. Deze heeft tot doel het promoten en begeleiden van de archiefwerking. Ze vergadert doorgaans tweemaal per jaar en bestaat uit professionele actoren uit het erfgoedveld, historisch geïnteresseerden en een politieke vertegenwoordiging uit de gemeenteraad.